Beoefening

Beoefenen van een creatieve verbintenis met de wereld om ons heen. Het gaan van een Weg

Hier zijn vele mogelijkheden en het is aan ieder zijn eigen Weg te bepalen en te bewandelen, Ik geef hier als voorbeeld een Weg aan die ik (onder andere) in mijn leven ga.

Uit: Patanjali Yog Darshan: de Yoga sootra’s van Patanjali

Het menselijk parket en een Weg er uit

Over de weg terug naar Eenheid
Ieder mens dat op deze aarde komt vergeet bij de geboorte dat hij/zij uit Eenheid voort komt. Dit vergeten leidt tot vier andere hindernissen die samen kenmerkend zijn voor de plek die “aarde” heet. Ieder mens krijgt daar mee te maken, niemand uitgezonderd. Het zijn de hindernissen die het noodzakelijk maken een weg (terug) te vinden naar de Eenheid. Als alles uit de Eenheid voortkomt dan moet de Eenheid ook in het leven hier op aarde te herkennen zijn. In de Yog Darshan wordt de Eenheid het Zelf genoemd.

Hoofstuk II: de Beoefening van Eenheid

II-1 Kriya Yog, de beoefening van Eenheid, bestaat uit toegewijde inspanning, bestudering van het Zelf en aanbidding van het Goddelijke

In het Sanskriet staat er TAPAH  SWAADHYAAYAY’ISHWAR  PRANIDHAANAANI  KRIYAA  YOGAH

Toegewijde inspanning: TAPAH: zuivering, verdragen van moeilijkheden, hitte, intensiteit van discipline, soberheid, zuiverende strevingen, training van de zintuigen.

Bestudering van het Zelf: SWAADHYAAYa: voortdurende studie van het Zelf teneinde een staat van verlossing te bereiken, het houdt een gewaar zijn van de eigen terugvallen in en een zuiverende werking op het vlak van handelen en denken; de studie van wortelboeken van geestelijke stromingen, het zingen daarvan, overstijgende zelf-vorming door herhaalde blootstelling aan geestelijke kennis en voortdurende verdieping in de waarheid.

Aanbidding van het Goddelijke: EESHWAR: het Goddelijke, God, het Hoogste Wezen, de creatieve bron, Goddelijk ideaal van puur gewaar zijn

PRANIDHAANAANI: devotie, toewijding, overgave, volhardend, afstemming
pranidhaan: absorptie / opgaan in het Zijn, devotie en toewijding tot het Goddelijke, meditatie op God / Ruimte

KRIYA YOGA
KRIYAA: actie, handelen, gebruik maken van handelen als een middel om een hogere bewustzijn te ontwikkelen, verfijning van aandacht door handelen, techniek van zuiverende actie.
YOGAH: Weg van Eenheid, Eenheidsbewustzijn, het Alles doordringende Geheel, de staat ven Een-Zijn (van de wortel yuj dat samenvoegen betekent).

Nadere toelichting

Kriya Yog is het handelen met een methode, een techniek door iemand die bevrijding zoekt. Die mens wenst vrijheid ongeacht de omstandigheden en ongeacht de obstakels. Hij is toegewijd aan zijn eigen wil en wens om bevrijd te geraken. “Vrijheid” is zijn devies. Het gaat bij dit handelen niet om het leveren van strijd maar van een combinatie van kracht in de zin van een-puntigheid en flexibiliteit.

Tapah gebeurt als de beslissing is genomen om het normale gedrag dat zintuiglijk en naar buiten gericht is op zij te zetten door je wens tot vrijheid. Dat creëert tap – hitte – verbranding, een wrijving tussen twee dingen: je normale gedrag en je wens naar vrijheid. Je wilt meer!.

Tapah doet je inzien dat er iemand in je is die Weet en je begint je hechting aan je eigen negativiteit te herkennen. Je ontmoet je eigen afstoting- en aantrekkingsmechamismen. Die zijn ontstaan omdat je in de zintuiglijke wereld geloofde en dan geeft die wereld je wat je wilt hebben (schijnbaar). Die wrijving is inspannend maar je bent dan wel op Weg!

Met tapasya begin je om de zintuigelijke wereld voor jou te laten werken in plaats dat jij voor de buitenwereld werkt; anders gezegd: je maakt gebruik van de omstandigheden in plaats van dat de omstandigheden jou bepalen.

Tapasya breekt het verslaafd zijn aan het lichaam en de zintuigelijke wereld. Het creëert geluk in de geest.

Tap = weg branden en het resultaat daarvan is geluk

Zelf studie
Swaadhyaay
: het vermogen om jezelf waar te nemen, je emoties, je gevoelen, je gedachten. Studie van oude geschriften, geestelijke studies, beoefenen van aandacht, mantra’s zingen

We bestuderen het Zelf en als menselijk wezen zijn we bezig onze gewoonten te bestuderen. We hebben die gewoonten niet een zelf gemaakt, die hebben we overgenomen uit onze naaste omgeving.

De start is dat je obstakels met obstakels waarneemt tot je ziet dat er geen neutraal punt in je denken en voelen zit. Dan ga je stil worden en mediteren want zonder dat vind je het Zelf, als neutraal punt, niet in je.

Je komt tot de conclusie dat je zelf ook steeds een veranderende grootheid bent, alsmaar beweging en verandering. Dus moet er aandacht komen voor de Bron en het Zelf en zien dat die niet het tegengestelde zijn van verandering, maar de onveranderlijke bron van de verandering is.

Studie van het Zelf is meer mentaal dan tapasya

Als je meer werk verricht op een subtiel niveau dan hoef je minder werk te doen op een

compacter / verdichter vlak. Je moet het op een subtieler vlak hetook niet “te comfortabel” maken.

Eeshwar Pranidhaan

Eeshwar Pranidhaan in relatie tot de andere twee:

Tapasya zuivert het lichaam en de zintuigen, die de verbinding vormen tussen de binnen en de buitenwereld en de onthechting van  aantrekking en afstoting / begeerte en haat

Swaadyaay zuivert het mentale veld. Het is de studie van wie je bent en van oude gewoonten en patronen. Het loslaten van conditioneringen brengt verdere opening en ontwikkeling teweeg. Iemand anders kan je tijdelijk optillen maar dan kan je niet op dat niveau blijven, je zult helemaal zelf moeten doen.

Eeshwar Pranidhaan gaat over het overstijgen van de menselijke geest, die bepaald wordt door conditioneringen. De attentie gaat naar het vormloze en de ruimte die het resultaat zijn van meditatie en waarin geen gevoel van afsplitsing meer is,

Hoe voorbij het menselijk intellect te geraken is eeshwar pranidhaan, devotie naar God. Je bent bereid om alles aan dit hoogste Wezen aan te bieden. Dat is niet een opgelegde verplichting maar een spontane opwelling van de devotie. Het verbindt met een Wezen voordat de individualiteit oprees. Alles dat ik van dat Wezen ontvang bied ik opnieuw aan.

Devotie naar God is handelen om niet. Als je al je handelen opdraagt aan God dan brengt dat je terug naar de bron.

Daarbij zal je datgene wat je verworven hebt moeten aanwenden, inclusief het gewaarzijn dat ik nog gehecht ben aan mijn individualiteit. Als je dat even of een tijdje hebt los gelaten kan je ook steeds nog terugvallen.

In Eeshwar Pranidhaa is geen Ego meer. Het is alleen maar God in jou. De ware devotie biedt niet als een individu alles aan God aan, dat is religie en dan begint de verwoesting en het moorden meteen!!

 

Vervolg van de sootra’s van Patanjali:

II-2 ☼ Het stelt zich tot doel om absorptie teweeg te brengen en de hindernissen en de obstakels te verminderen.

Hindernissen

II-3 ☼ De vijf hindernissen bij het leren kennen van het Zelf zijn:

  1. Avidyaa: Onwetendheid van het Zelf
  2. Asmitaa: Het besef van een individueel zelf dat afgescheiden is van het Zelf
  3. Raag: hechting / begeerte naar een aangenaam ding of mens
  4. Dwaysh: aversie / afkeer van een ding of mens die pijn veroorzaakt
  5. Abhinivaysh: angst voor de dood

Obstakels

I-30 ☼ Obstakels die de menselijke geest afleiden zijn ziekte, gebrek aan interesse, twijfel, uitstellen, ledigheid, fascinatie met vorm, onjuist begrip, het niet kunnen bereiken van de gewenste staat en onvermogen om de gewenste staat te handhaven.

I-31 ☼ Pijn, frustratie, trillingen in het lichaam, verstoring van (het ritme van) in- en uitademing zijn moeilijkheden die hiermee gepaard gaan.

II-10 ☼ Hindernissen worden ijler gemaakt en worden dan weer in hun bron opgenomen.

II-11☼ In meditatie worden de hindernissen uit de weg geruimd.

Het vermogen om stil te zijn en hoe dat te bereiken
I-12 ☼ Stilte wordt geopenbaard door beoefening en onthechting en brengt de-identificatie met de wervelingen (in de geest) teweeg.

Beoefening

I-13 ☼ Van deze twee is beoefening de inspanning om standvastigheid / gelijkmatigheid te verkrijgen.

I-14 ☼  De beoefening wordt sterk geworteld als die lange tijd, zonder onderbreking en met toewijding uitgevoerd wordt.

Onthechting 

I-15 ☼ Onthechting is het meester worden over de hunkering naar vormen en zelfs over  (de hunkering naar) hogere staten van bewustzijn.

I-16 ☼ Uiteindelijke onthechting is het bewustzijn van het Zelf, zelfs vrij van de hunkering naar de drie hoedanigheden van de vormenwereld, stilte, beweging en vastheid (sattwa, rajas en tamas) .

I-17 ☼ Onderzoek naar objecten, gedachten, gelukzaligheid, een besef van Ik, brengt een tijdelijke realisatie / bevrijding teweeg

I-18 ☼ Wat overblijft als het bewustzijn, door herhaalde beoefening van meditatie, bevrijd is van de voorgaande identificaties is een andere realisatie / bevrijding.